Jacob Maris (1837-1899); Spiegeling in het water
Original price was: € 14.500,00.€ 8.500,00Current price is: € 8.500,00.
Jacobus Hendricus (Jacob) Maris (1837-1899)
Schitterend werk aangekocht bij Sottebys in 2011.
Olieverfschilderij op paneel.
Afmeting werk: 27 x 18.5 cm
Afmeting lijst: 51.5 x 42 cm
Jacobus Hendricus (Jacob) Maris (Den Haag, 25 augustus 1837[4] – Karlsbad, 7 augustus 1899) was een Nederlands impressionistisch kunstschilder van de Haagse School. Maris was naast kunstschilder ook etser en lithograaf.
Jacob Maris was een zoon van de boekdrukker Mattheus Marris en Hendrika Bloemert; hij werd als de oudste van drie broers geboren in 1837 in Den Haag. Zijn grootvader Wenzel Maresch[5] was te Praag geboren en huwde de Amsterdamse Metge Smit in Den Haag, even na 1800; hun zoon Mattheus werd negen jaar later geboren en zijn naam werd als de verbastering Marris ingeschreven.[6]
Mattheus werd de vader van zes kinderen, waaronder de drie gebroeders Jacob, Willem en Matthijs. Hij was meester-drukker bij boekdrukkerij Fuhri en nam vaak gedrukte afbeeldingen van kunstwerken van grote Nederlandse en buitenlandse kunstenaars mee naar huis, waaraan zijn zonen zich vergaapten en het probeerden na te doen. Dankzij een attente onderwijzer die vrienden had in de kunstwereld kreeg Jacob als twaalfjarige jongen al les van Johannes Stroebel (1821-1905), schilder van interieurs met mensfiguren.[7] Deze liet de jonge Maris kopieën maken naar andere kunstenaars, buiten naar de natuur schetsen en als het regende liet hij hem aquarellen maken van opgezette stillevens.[8]
Hij bezocht de toenmalige Haagse Teekenacademie in 1850 en kreeg er lessen in anatomie en proportieleer. Toen hij op zijn 15e samen met broer Matthijs op de Haagse Groenmarkt zat te tekenen werd hij opgemerkt door de kunsthandelaar Weimar die hem in contact bracht met de zeeschilder Louis Meijer; deze beval hem in 1852 aan bij Huib van Hove. Toen Van Hove in 1854 naar Antwerpen vertrok ging Jacob mee en volgde al in hetzelfde jaar lessen aan de Antwerpse Academie, naast het werken op het atelier van Van Hove; de relatie verslechterde echter, waarop hij in 1855 met Van Hove brak. Ook broer Matthijs, die net een koninklijke subsidie had ontvangen, kwam naar Antwerpen. Samen woonden ze in een kamer en maakten kleine schilderijtjes voor de Amerikaanse markt, om in hun onderhoud te voorzien. In het najaar van 1856 keerde Jacob terug naar Den Haag en schreef zich direct in als werkend lid bij de kunstenaarsvereniging Pulchri Studio.[8]
Description
Jacobus Hendricus (Jacob) Maris (1837-1899)
Olieverfschilderij op paneel.
Schitterend werk aangekocht bij Sottebys in 2011.
Afmeting werk: 27 x 18.5 cm
Afmeting lijst: 51.5 x 42 cm
Jacobus Hendricus (Jacob) Maris (Den Haag, 25 augustus 1837[4] – Karlsbad, 7 augustus 1899) was een Nederlands impressionistisch kunstschilder van de Haagse School. Maris was naast kunstschilder ook etser en lithograaf.
Jacob Maris was een zoon van de boekdrukker Mattheus Marris en Hendrika Bloemert; hij werd als de oudste van drie broers geboren in 1837 in Den Haag. Zijn grootvader Wenzel Maresch[5] was te Praag geboren en huwde de Amsterdamse Metge Smit in Den Haag, even na 1800; hun zoon Mattheus werd negen jaar later geboren en zijn naam werd als de verbastering Marris ingeschreven.[6]
Mattheus werd de vader van zes kinderen, waaronder de drie gebroeders Jacob, Willem en Matthijs. Hij was meester-drukker bij boekdrukkerij Fuhri en nam vaak gedrukte afbeeldingen van kunstwerken van grote Nederlandse en buitenlandse kunstenaars mee naar huis, waaraan zijn zonen zich vergaapten en het probeerden na te doen. Dankzij een attente onderwijzer die vrienden had in de kunstwereld kreeg Jacob als twaalfjarige jongen al les van Johannes Stroebel (1821-1905), schilder van interieurs met mensfiguren.[7] Deze liet de jonge Maris kopieën maken naar andere kunstenaars, buiten naar de natuur schetsen en als het regende liet hij hem aquarellen maken van opgezette stillevens.[8]
Hij bezocht de toenmalige Haagse Teekenacademie in 1850 en kreeg er lessen in anatomie en proportieleer. Toen hij op zijn 15e samen met broer Matthijs op de Haagse Groenmarkt zat te tekenen werd hij opgemerkt door de kunsthandelaar Weimar die hem in contact bracht met de zeeschilder Louis Meijer; deze beval hem in 1852 aan bij Huib van Hove. Toen Van Hove in 1854 naar Antwerpen vertrok ging Jacob mee en volgde al in hetzelfde jaar lessen aan de Antwerpse Academie, naast het werken op het atelier van Van Hove; de relatie verslechterde echter, waarop hij in 1855 met Van Hove brak. Ook broer Matthijs, die net een koninklijke subsidie had ontvangen, kwam naar Antwerpen. Samen woonden ze in een kamer en maakten kleine schilderijtjes voor de Amerikaanse markt, om in hun onderhoud te voorzien. In het najaar van 1856 keerde Jacob terug naar Den Haag en schreef zich direct in als werkend lid bij de kunstenaarsvereniging Pulchri Studio.[8]










Reviews
There are no reviews yet.